Nieuws

Nieuw pensioenstelsel

17 september 2019

Begin juni 2019 is er overeenstemming bereikt tussen de sociale partners (werkgevers en vakbonden) en de regering over een nieuw pensioenstelsel. Voor veel pensioenfondsen was de noodzaak groot om nieuwe pensioenregels af te spreken. In het nieuwe voorstel kunnen pensioenfondsen straks makkelijker en sneller meebewegen met de economie. De AOW leeftijd wordt tot 2021 bevroren en zal daarna langzamer stijgen dan eerst was afgesproken.

    Wat betekent dit voor Mars Pensioenfonds en ons pensioen?

    Dat weten we nu nog niet, maar het zal nog zeker nog enige tijd duren voordat de veranderingen daadwerkelijk ingevoerd kunnen worden. Vervroegen van je pensioen blijft ook in het toekomstige stelsel mogelijk.

    De precieze gevolgen van het nieuwe akkoord worden de komende tijd verder uitgewerkt in wetgeving en mogelijke overgangsregels. Dat kan nog wel een aantal jaren duren. Pas zodra wetgeving duidelijk wordt kan MPF gaan bepalen wat het betekent voor onze pensioenen. De verwachting is dat de contouren van een nieuw stelsel eind 2020 bekend zijn. Eind 2021 zou de wetgeving rond moeten zijn.

      AOW-leeftijd

      Een concrete maatregel die wel is ingevoerd is dat de stijging van de AOW-leeftijd langzamer gaat dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dit gaat in twee stappen. 

      Stap 1: de verhoging van de AOW-leeftijd tot 2025

      • in 2020 en 2021 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 4 maanden
      • in 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 7 maanden
      • in 2023 is de AOW-leeftijd 66 jaar + 10 maanden
      • in 2024 is de AOW-leeftijd 67 jaar

      Stap 2: de verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2025 

      Bent u geboren na 31 december 1957? Dan is uw AOW-leeftijd nog niet bekend. Die hangt af van de levensverwachting. Ga naar svb.nl (wanneer krijgt u AOW?). Als u uw geboortedatum invult ziet u wat uw geschatte AOW-leeftijd volgens het Pensioenakkoord is.

      Uiteraard zullen we over alle wijzigingen meer communiceren, zodra er meer duidelijk is.

        De belangrijkste voorgestelde veranderingen op hoofdlijnen:

        • Pensioenen worden minder zeker. Daardoor kunnen pensioenfondsen sneller de pensioenen verhogen als het meezit. Maar de pensioenen gaan ook sneller omlaag als het niet goed gaat.

        • Een ander punt is dat mensen met een zwaar beroep eerder kunnen stoppen met werken.

        • De leeftijdsonafhankelijke pensioenopbouw, ook wel de doorsneesystematiek genoemd, verdwijnt. Daardoor bouwen jongeren meer pensioen op dan ouderen. De premie kan namelijk langer renderen. Jongeren krijgen daarom een relatief hogere pensioenopbouw op jongere leeftijd ten opzichte van de pensioenopbouw op oudere leeftijd.